De leukste linken vind je natuurlijk bij Internetlinken.nl

 

Klik op de hoofdlogo om weer terug te gaan naar de site.

 

Bezoek ook eens onze Toplijst

 

Handig hulp middel om te weten waar je gebleven bent neem de rode pijl mee.


Gevaarlijke goederen zijn stoffen en voorwerpen waarvan het ADR het internationale vervoer over de weg verbiedt, of slechts onder bepaalde voorwaarden toelaat.

Gevaarlijke goederen kunnen door hun specifieke eigenschappen al in kleine hoeveelheden gevaar, schade of hinder veroorzaken voor mens, dieren en materialen, kortom voor het hele milieu.

 

ADR is de Europese overeenkomst voor het Internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over de weg.

 

Het ADR geeft regels voor een veilig vervoer van gevaarlijke goederen zoals:

  • Indeling van de goederen in gevarenklassen

Regels voor de verpakkingen.

Regels voor de voertuigen.

Regels voor de voertuig uitrustingen.

Regels voor de documenten die het vervoer moeten begeleiden.

Regels voor de aansprakelijkheid.

Regels ten aanzien van de minimale opleidingen.

 

Stoffenlijst

In het ADR is tabel A opgenomen. Hierin staan alle gevaarlijke stoffen genoemd op volgorde van UN- nummer. Elke stof, voorwerp of groep stoffen vallend onder het ADR heeft een eigen uniek 4- cijferig UN-nummer verwijzingen gegeven naar de voorschriften die van toepassing zijn zoals:

De klasse waarin de stoffen zijn ingedeeld.

De verpakkingsgroep of eisen die gesteld worden aan de verpakking.

De voorgeschreven gevaarsetiketten.

De voorwaarden voor het vervoer.

 

N.E.G (Niet elders genoemd).

In de stoffenlijst van het ADR staat een aantal stoffen genoemd met achter de stofnaam de letters n.e.g. Deze stoffen worden niet elders in het ADR genoemd.

 

Tabel B

Naast tabel A van de stoffenlijst is er ook een tabel B. Dit is geen officiële lijst van het ADR maar een verwijzing van gevaarlijke stoffen naar tabel A. In tabel B staan de stoffen op alfabetische volgorde genoemd.

 

Taak van de chauffeur.

Tijdens het vervoer van gevaarlijke goederen zijn de belangrijkste taken van de chauffeur:

De gevaarlijke goederen op een veilige en efficiënte wijze vervoeren van de plaats van vertrek naar de plaats van bestemming.

Ongevallen met de gevaarlijke goederen voorkomen en als er toch een ongeval plaatsvindt, de schade zo beperkt mogelijk houden.

 

ADR- Certificaat.

Alle bestuurders van voertuigen waarmee gevaarlijke goederen in grotere dan de vrijgestelde hoeveelheden worden vervoerd, moeten in het bezit zijn van een ADR Certificaat.

 

Het ADR Certificaat is 5 jaar geldig na datum van afgifte en kan naar het 4e jaar herhaald worden.

 

Gevarenklassen.

Zodra gevaarlijke goederen vervoerd worden is het belangrijk dat een chauffeur deze herkent. De chauffeur zal in de praktijk de zending gevaarlijke goederen kunnen herkennen aan:

De gevaarsetiketten.

Het UN-Nummer.

 

De gevaren van de diverse gevaarlijke goederen kunnen zijn:

Explosief

Brandbaar

Brandbevorderend

Giftig

Infectueuze (Besmetting)

Radioactief

Bijtend

Zeer heet

Onder druk

Zeer koud

 

Gevarenklassen zijn indelingen van groepen stoffen die tijdens het vervoer een gelijksoortig hoofdgevaar hebben.

 

We hebben de volgende gevarenklassen:

  1. Ontplofbaren stoffen en voorwerpen.
  2. Gassen 2.1=Brandbare gassen. 2.2 Niet giftig en niet brandbaar.2.3 Giftige gassen.
  3. Brandbare vloeistoffen.
  4. 4.1 Brandbare vaste stof. 4.2 Voorzelfontbranding vatbare stof. 4.3 Stoffen die met water brandbare gassen ontwikkelen.
  5. 5.1 Oxiderende stoffen. 5.2 Organische peroxiden.
  6. 6.1 Giftige stoffen. 6.2 Infectueuze stoffen.
  7. Radioactief (Bestraling en besmetting gevaar)
  8. Bijtende stoffen.
  9. Diverse gevaarlijke stoffen en voorwerpen.

 

Gevaarlijke stoffen worden pas gevaarlijk als ze uit hun verpakking komen

 

Stoffen kunnen voorkomen als:

Vaste stof.

Vloeistof.

Gas of Damp.

 

Begrippen.

 

Vlampunt.

Het vlampunt is de laagste temperatuur waarbij een brandbare vloeistof nog zoveel explosieve of brandbare dampen afgeeft, die in de juiste mengverhouding met lucht ontstoken kunnen worden.

 

Brandbaar.

Vloeistoffen met een vlampunt tussen de 23 en 100 graden zijn brandbaar. In klasse 3 worden de vloeistoffen met een vlampunt tussen de 23 en 60 graden ook als brandbaar beschouwd.

 

Zeer brandbaar.

Vloeistoffen met een vlampunt van 23 graden of lager zijn Zeer Brandbaar.

 

Vluchtigheid.

De mate waarin een vloeistof van nature geneigd is om in dampvorm over te gaan. De vluchtigheid is afhankelijk van het kookpunt van een vloeistof.

 

Kookpunt.

Het kookpunt is de temperatuur die een vloeistof heeft als deze kookt bij een normale druk. Bij deze temperatuur gaat de vloeistof volledig over in dampvorm of condenseert een gas of damp naar vloeistof.

 

Dampspanning.

Dampspanning is de druk die door een verzadigde damp wordt uitgeoefend bij een bepaalde temperatuur. Dampspanning is de druk van verzadigde damp die de vloeistof in een afgesloten vat vloeibaar houdt.

 

Controletemperatuur.

De controletemperatuur is de maximale temperatuur waarbij bepaalde organische peroxiden of zelfontledende stoffen veilig vervoerd kunnen worden.

 

Kritieke temperatuur.

De kritieke temperatuur is de temperatuur waarbij noodmaatregelen in werking moet treden als de temperatuur niet meer beheerst kan worden.

(De controle- en kritieke temperatuur komen voor bij een aantal zeer gevaarlijke stoffen van klasse 4.1 en 5.2)

 

Waterreactief.

Waterreactief is de eigenschap van een stof om in een reactie met water gassen te ontwikkelen.

 

Ontleding.

Ontleding is de scheiding in samenstellende delen of elementen van een stof.(Uiteenvallen)

Ontleding kan worden veroorzaakt door:

  • Warmte – Contact met verontreinigingen – Wrijving – Slag of Stoot.

 

Gevaar klasse 2.

Gassen.

Hoofdgevaar  = Drukverhoging door temperatuurverhoging.

 

F,A,T,O en C

 

F= Brandbaar

A= Verstikkend

T= Giftig

O= Oxiderend

C= Bijtend

 

Groen is het hoofdgevaar en rood bijkomende gevaren.

Alle bijtende gassen zijn altijd giftig.

 

Wijze van Vervoer.

Samen geperst.

Tot vloeistof verdicht.

Onder druk opgelost gas.

 

Etiketten op gasflessen moeten 10 x 10 zijn, ze mogen ook verkleind op de hals geplaatst worden mits ze goed zichtbaar zijn.

 

Proefdruk =  De druk waarmee de drukhouder door Lloyds Register Nederland is afgeperst. De proefdruk is tenminste 1.5 maal de vuldruk.

 

Vuldruk     = Samengeperste gassen.

Vulgewicht= Vloeibare gassen.

 

De verhouding vuldruk: proefdruk is 1:1.5 of 2:3

(Lege ongereinigde gasflessen die over de datum van goedkeuring zijn, mogen vervoerd worden. Ze mogen beslist niet opnieuw gevuld worden)

 

Klasse 3 Brandbare Vloeistoffen.

 

Hoofdgevaar is Brandbaarheid.

Ingedeeld in klasse 3 zijn:

Vloeistoffen met een vlampunt van ten hoogste 60 Graden.

Stoffen die verwarmd worden vervoerd, in vloeibare toestand bij een temperatuur gelijk aan of hoger dan hun vlampunt.

Dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen de 60 en 100 graden.

 

Verpakkingsgroep 1

Brandbare vloeistoffen met een begin kookpunt van 35 graden of lager.

Brandbare vloeistoffen met een vlampunt lager dan 23 graden die tevens zeer giftig of bijtend zijn.

Verpakkingsgroep 2

Alle brandbare vloeistoffen met een vlampunt lager dan 23 graden die niet ingedeeld zijn in verpakkingsgroep 1.

 

Verpakkingsgroep 3

Brandbare vloeistoffen met een vlampunt tussen de 23 en 60 graden.

Dieselolie, gasolie en lichte stookolie met een vlampunt tussen de 60 en 100 graden zijn ingedeeld in deze verpakkingsgroep.

Brandbare vloeistoffen en vaste stoffen met een vlampunt van meer dan 60 graden die in een gesmolten toestand worden vervoerd, bij een temperatuur die gelijk is aan of boven het vlampunt ligt.

 

Bij besmetting met een brandbare vloeistof moet er snel en langdurig gespoeld worden met veel water. En natuurlijk de besmette kleding uittrekken.

 

Klasse 4.1

Brandbare vaste stoffen, zelfontledende stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet explosieve toestand.

Hoofdgevaar

Brandbaarheid

Verpakkingsvoorschriften.

2 = Middelmatige gevaarlijke brandbare stoffen uit klasse 4.1

3 = Minder gevaarlijke brandbare stoffen uit klasse 4.1

 

Voor de zeer gevaarlijke stoffen uit klasse 4.1 gelden afzonderlijke regels, het kan dan soms nodig zijn om etiket 1 te plakken. In dat geval mogen deze stoffen niet samengeladen worden met andere gevaarlijke stoffen.

 

Vaste stoffen kunnen in poeder, korrel of pasteuze stoffen zijn.

Let op bij een aantal van deze stoffen hebben we te maken met de controle en kritieke temperatuur.

 

Klasse 4.2

Voor zelfontbranding vatbare stoffen.

Hoofdgevaar = Zelfontbranding en Zelfverhitting.

(Zelfontbranding is het verschijnsel dat een stof, door een reactie met lucht tot ontbranding komt zonder vonk of vlam van buitenaf.)

 

(Zelfverhitting is het verschijnsel dat een stof, door een reactie met lucht, zonder energietoevoer zichzelf verhit. Na enige tijd kan de hitte zo hoog oplopen dat de stof spontaan ontbrandt)

 

Verpakkingsvoorschriften

 

  1. Stoffen die voor zelfontbranding vatbaar zijn.
  2. Stoffen en voorwerpen die vatbaar zijn voor zelfverhitting.
  3. Stoffen die weinig voor zelfontbranding vatbaar zijn.

 

Deze stoffen moeten luchtdicht verpakt worden en bij zeer gevoelige stoffen is zelfs bepaald dat zij onderwater, onder gelatine, of onder stikstof moeten worden vervoerd.

 

Dus zijn er stoffen vrijgekomen uit hun verpakking dan gelijk afdekken met zand.

 

 

 

Klasse 4.3

Stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen.

Hoofdgevaar.

Gassen (Ontplofbaar mengsel)

 

Verpakkingsvoorschriften.

  1. Stoffen die bij kamertemperatuur heftig met water reageren.
  2. Stoffen die bij kamertemperatuur gemakkelijk met water reageren.
  3. Stoffen die bij kamertemperatuur langzaam met water reageren.

 

Dus gebruik vocht/water dichte verpakkingen.

 

Klasse 5.1

Oxiderende stoffen

Hoofdgevaar

Bevordering van brand of verheviging van een brand.

Verpakkingsvoorschriften

  1. Zeer gevaarlijke oxiderende stoffen uit klasse 5.1
  2. Middelmatig gevaarlijke oxiderende stoffen uit klasse 5.1
  3. Minder gevaarlijke oxiderende stoffen uit klasse 5.1

 

Stoffen uit klasse 5.1 bevatten zeer veel zuurstof, die bij een geringe verwarming van deze stoffen vrijkomt, bij branden van klasse 5.1 kunnen alleen geblust worden door afkoeling dus met veel water blussen.

 

Klasse 5.2

Organische peroxiden.

Brandgevaar en Brandbevorderend

 

Indeling van stoffen van klasse 5.2.

P1 Organische peroxiden waarvoor temperatuurbeheersing niet vereist is.

P2 Organische peroxiden waarvoor temperatuurbeheersing vereist is.

 

Verpakkingsvoorschriften.

Stoffen uit deze klasse zijn zo gevaarlijk dat ze niet zijn ingedeeld in een verpakkingsgroep. Per stof zijn verpakkingsvoorschriften vastgesteld.

 

Deze stoffen hebben te maken met de controle en kritieke temperaturen wat vermeld staat op de vervoersdocument, in enkele gevallen kan het nodig zijn dat op de verpakking etiket 1 wordt geplakt en in dat geval mogen deze stoffen niet samen geladen worden met andere gevaarlijke stoffen.

 

Klasse 6.1

Giftige stoffen.

Hoofdgevaar =  Giftigheid.

Wat is vergif? Een stof die in relatief kleine hoeveelheden toegediend of ingenomen de levens functies ernstig verstoort. Het kan zelfs de dood tot gevolg hebben.

Verpakkingsvoorschriften.

  1. Zeer giftige stoffen
  2. Giftige stoffen
  3. Zwak giftige stoffen.

 

Wat te doen bij besmetting of ongeval.

  1. Gevarenkaart raadplegen
  2. Medische hulp inschakelen
  3. Bij inname water geven en laten braken
  4. Bij besmetting kleren uit trekken en spoelen met veel water

 

We hebben 2 soorten vergiftigingen een acute  en een chronische vergiftiging, een acute is een 1 malige opname en bij een chronische krijg je meerdere malen kleine hoeveelheden giftige stof binnen.

 

Je kunt een giftige stof binnen krijgen:

  1. Inademen.
  2. Inslikken.
  3. Wonden.
  4. De Huid.

De mate van vergiftiging is afhankelijk van verschillende factoren:

  1. De soort giftige stof
  2. De concentratie giftige stoffen.
  3. De tijdsduur van blootstelling.
  4. De lichamelijke gesteldheid van een slachtoffer.
  5. De wijze van opname.

 

Klasse 6.2

Infectueuze stoffen.

Hoofdgevaar.

Infectueuze stoffen zijn stoffen waarvan bekend is of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij ziekteverwekkers bevatten die infectieziekten kunnen veroorzaken bij mensen of dieren. Dit is een besmettingsgevaar.

 

Infectueuze stoffen zijn als volgt ingedeeld:

L1 Gevaarlijk voor mensen

L2 Gevaarlijk voor dieren

L3 Ziekenhuisafval

L4 Biologische stoffen.

 

Verpakkingsvoorschriften:

Voor infectueuze stoffen gelden specifieke verpakkingsvoorschriften.

 

Besmetting of Ongeval:

Bij een ongeval waarbij infectueuze stoffen vrijkomen moeten onmiddellijk naast de algemene alarmnummers ook de plaatselijke autoriteiten van gezondheidsdiensten worden gewaarschuwd.

 

Bij alle opruimwerkzaamheden moet de bron van het besmettingsgevaar worden vernietigd.

 

Klasse 7

Radioactieve stoffen.

Hoofdgevaar = Straling en besmettingsgevaar.

 

Klasse 8

Bijtende stoffen

Hoofdgevaar.

Bijtend.

Verpakkingsvoorschriften.

  1. Sterk bijtende stoffen
  2. Bijtende stoffen
  3. Zwak bijtende stoffen.

 

Directe hulp bij besmetting of ongeval:

  1. Bij besmetting heel veel spoelen met water.
  2. Besmette kleding uit trekken
  3. Bij inslikken van een bijtende stof niet laten braken.
  4. Medische hulp inschakelen
  5. De instructies die op de gevarenkaart staan opvolgen.

 

Indien er blaren zijn maak die dan niet kapot, het vocht wat in die blaar zit heeft de zelfde eigenschappen als de bijtende stof zelf.

 

Klasse 9

Diverse gevaarlijke stoffen en goederen.

Hoofdgevaar:

Klasse 9 omvat stoffen en voorwerpen die tijdens het vervoer een gevaar opleveren dat buiten de omschrijving van de andere klassen valt en overige milieu gevaarlijke stoffen.

 

Verpakkingsvoorschriften:

 

2 Middelmatig gevaarlijke stoffen uit klasse 9.

3 Stoffen met en gering gevaar.

Klasse 9 kent geen zeer gevaarlijke stoffen.

 

Verwarmde stoffen mogen alleen in klasse 9 worden ingedeeld als zij niet vallen onder de criteria van een andere klasse.

 

UN 3359

In deze klasse zijn ook de gegaste containers of eenheden ingedeeld.

Gegaste containers zijn containers die na het beladen zijn ingespoten met een giftig gas of bestrijdingsmiddel. Hiermee wordt voorkomen dat bepaalde ziekte verwekkers of insecten zich over de gehele wereld verspreiden.

 

Gevaarlijke goederen.

Zijn stoffen en voorwerpen waarvan het ADR het internationale vervoer over de weg verbiedt, of slechts onder bepaalde voorwaarden toelaat.

 

Gevaarlijke goederen kunnen door hun specifieke eigenschappen al in kleine hoeveelheden gevaar, schade of hinder veroorzaken voor mensen, dieren, planeten en materialen, kortom voor het hele milieu.

 

ADR is de Europese overeenkomst voor het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over de weg.

 

Het ADR geeft regels voor een veilig vervoer van gevaarlijke stoffen zoals:

  • Indeling van de goederen in gevarenklassen.
  • Regels voor de verpakkingen.
  • Regels voor de voertuigen.
  • Regels voor de voertuiguitrusting.
  • Regels voor de documenten die het vervoer moeten begeleiden.
  • Regels voor de aansprakelijkheid.
  • Regels ten aanzien van de minimale opleidingen.

 

Stoffenlijst

 

Hierin staan alle gevaarlijke stoffen genoemd op volgorde van UN-nummer. Elke stof, voorwerp of groep stoffen vallend onder het ADR heeft een eigen uniek 4-cijferig UN-Nummer.

In de stoffenlijst zijn per UN-nummer verwijzingen gegeven naar de voorschriften die van toepassing zijn, zoals:

  • De klasse waarin de stoffen zijn ingedeeld
  • De verpakkingsgroep of eisen die gesteld worden aan de verpakking
  • De voorgeschreven gevaaretiketten
  • De voorwaarden voor het vervoer

Op alle verpakkingen van gevaarlijke stoffen staat het UN-Nummer vermeld

 

n.e.g (niet elders genoemd)

 

Dit kunnen zijn:

  • Verschillende stoffen die onder een zogenaamde verzamel aanduiding vallen. Die in dezelfde gevarenklasse zijn ingedeeld en overeenkomstige gevaren hebben.
  • Mengsels van verschillende gevaarlijke stoffen waarvan chemische, fysische en andere gevaareigenschappen overeenkomen met de eigenschappen van de verzamelaanduiding die in een bepaalde klasse zijn genoemd. Bij dit soort stoffen worden achter de aanduiding n.e.g. de hoofdbestanddelen van de oorspronkelijke gevaarlijke stoffen genoemd.
  • Nieuw gegeneerde gevaarlijke stoffen die eigenschappen hebben overeenkomstig met de stoffen waarvan het UN nummer is verleend.

Naast tabel A van de stoffenlijst is er ook een tabel B. Dit is geen officiële lijst van het ADR maar een verwijzing van gevaarlijke stoffen naar tabel A. In tabel B staan de stoffen op alfabetische volgorde genoemd.

 

Gevarenklassen.

De chauffeur zal in de praktijk de zending gevaarlijke goederen kunnen herkennen aan:

  • De gevaarsetiketten
  • Het UN-Nummer

 

Gevaarlijke goederen kunnen 1 of meerdere gevaareigenschappen in zich hebben. Op grond van het grootste gevaar van een stof tijdens het vervoer wordt de stof ingedeeld in een gevarenklasse.

 

Gevarenklassen zijn indelingen van groepen stoffen die tijdens het vervoer een gelijksoortig hoofdgevaar hebben.

 

Indeling van de gevarenklassen in groepen stoffen die tijdens het vervoer een gelijksoortig hoofdgevaar bezitten:

  1. Ontplofbare stoffen en voorwerpen
    1. Gevaar voor massa-explosie
    2. Gevaar voor scherfwerking, geen gevaar voor massa-explosie
    3. Gevaar voor brand, maar weinig gevaar voor scherfwerking en drukwerking
    4. Gering gevaar voor ontploffing
    5. Zeer ongevoelige stoffen en voorwerpen, wel gevaar voor massa-explosie
    6. Uiterst ongevoelige stoffen en voorwerpen, zeer gering ontploffing gevaar.

 

  1. Gassen
    1. Brandbare gassen
    2. Verstikkende gassen
    3. Giftige gassen
    4. Oxiderende gassen
    5. Corrosieve gassen

 

  1. Brandbare vloeistoffen
    1. Brandbare vloeistoffen met een kookpunt tot 35 °C, die tevens sterk bijtend of zeer giftig zijn.
    2. Brandbare vloeistoffen met een vlampunt lager dan 23 °C en een kookpunt boven 35 °C.
    3. Vloeistoffen met een vlampunt tussen 23 °C en 60 °C en een kookpunt boven 35 °C alsmede gasolie, dieselolie en lichte stookolie vanwege hun overeenkomstige eigenschappen.

 

  1. Groep 4
    1. Brandbare vaste stoffen
    2. Voor zelfontbranding vatbare stoffen
    3. Stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen

  

  1. Groep 5
    1. Oxiderende stoffen
    2. Organische peroxiden

  

  1. Groep 6
    1. Giftige stoffen
    2. Infectueuze stoffen

 

  1. Radioactieve stoffen

 

  1. Corrosieve stoffen
    1. Zuren
    2. Basen

 

  1. Diverse gevaarlijke stoffen en voorwerpen

 

 

 

Gevaarlijke goederen worden pas gevaarlijk als zij vrijkomen uit hun verpakking.

Als gevaarlijke goederen vrijkomen bestaat de kans dat er een reactie ontstaat met een andere stof of met de lucht. Op welke manier een stof regeert is afhankelijk van de vorm waarin de stof voorkomt. Men noemt dit de aggregatie toestand.

Stoffen kunnen voorkomen als:

·         Vaste stof

·         Vloeistof

·         Gas of damp

Door temperatuur of druk kan de aggregatie toestand veranderen.

·         Een vaste stof smelt en wordt vloeibaar

·         Een vloeistof kookt of verdampt en wordt gasvormig

·         Een gas condenseert en wordt vloeibaar

·         Een vloeistof stolt en wordt vast

Begrippen

Vlampunt is de laagste temperatuur waarbij een brandbare vloeistof nog zoveel explosieve of brandbare dampen afgeeft, die in de juiste mengverhouding met lucht ontstoken kan worden.

Brandbaar

Vloeistoffen met een vlampunt tussen 23 C en 100 C zijn brandbaar.

Zeer brandbaar

Vloeistoffen met een vlampunt van 23C of lager zijn zeer brandbaar

Vluchtigheid

De mate waarin een vloeistof van nature geneigd is in dampvorm over te gaan. De vluchtigheid is afhankelijk van het kookpunt van een vloeistof. Door verwarming, verspreiding, en ventilatie kan de snelheid van verdampen beïnvloed worden.

Kookpunt.

Het kookpunt is de temperatuur die een vloeistof heeft als deze kookt bij een normale druk. Bij deze temperatuur gaat de vloeistof volledig over in dampvorm of condenseert een gas of damp naar vloeistof.

Dampspanning

Dampspanning is de druk die door een verzadigde damp wordt uit geoefend bij een bepaalde temperatuur. Dampspanning is de druk van een verzadigde damp die de vloeistof in een afgesloten vat vloeibaar houdt.

Controletemperatuur.

De controle temperatuur is de maximale temperatuur waarbij bepaalde organische peroxiden of zelfontledende stoffen veilig vervoerd kunnen worden.

Kritieke temperatuur.

De kritieke temperatuur is de temperatuur waarbij noodmaatregelen in werking moeten treden als de temperatuur niet meer beheerst kan worden.

Waterreactie.

Waterreactie is de eigenschap van een stof om in een reactie met water gassen te ontwikkelen.

Ontleding

Ontleding is de scheiding in samenstellende delen of elementen van een stof. Bij ontleding valt een stof uiteen in andere stoffen. Ontleding kan worden veroorzaakt door:

·         Warmte

·         Contact met verontreinigingen

·         Wrijving

·         Slag of stoot

De gevaarklassen zijn de onderstaande:  

    

Klasse 1: Ontplofbare stoffen en voorwerpen

Klasse 2: De gassen  

Klasse 3: Brandbare vloeistoffen  

Klasse 4.1: Brandbare vaste stoffen

Klasse 4.2: Voor zelfontbranding vatbare stoffen   

Klasse 4.3: Stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen

Klasse 5.1: Oxiderende stoffen   

Klasse 5.2: Organische peroxides   

Klasse 6.1: Giftige stoffen  

Klasse 6.2: Infectueuze (besmettelijke) stoffen   

Klasse 7: Radioactieve stoffen

Klasse 8: Corrosieve (bijtende) stoffen

Klasse 9: Diverse gevaarlijke stoffen en voorwerpen

 

  1. Wat wordt verstaan onder het begrip gevaarlijke goederen.

 

Gevaarlijke goederen zijn stoffen en voorwerpen, waarvan het vervoer volgens het ADR is verboden of slechts onder de daarin opgenomen voorwaarden is toegestaan.

 

  1. Wat is het ADR

 

Het ADR is de Europese overeenkomst met betrekking tot het internationale vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg.

 

  1. Wat is het UN nummer?

 

Het stofidentificatie nummer.

 

  1. Wat betekend de aanduiding n.e.g

 

Niet elders genoemd.

 

  1. Waarvoor wordt een n.e.g positie gebruikt.

 

Voor alle stoffen die niet met hun eigen naam in het ADR zijn opgesomd.

 

  1. Wat zijn gevarenklassen?

 

Gevarenklassen zijn indelingen van groepen van stoffen die tijdens het vervoer een gelijksoortig hoofdgevaar hebben.

 

  1. Wanneer worden gevaarlijke stoffen gevaarlijk?

 

Als de stof uit de verpakking of tank vrij komt.

 

  1. In welke aggregatie toestand kunnen stoffen voorkomen?

 

In vaste, vloeibare of gasvormige toestand.

 

  1. Wat wordt bedoeld met aggregatie toestand?

 

De wijze waarop de stoffen in de natuur voorkomen.

 

  1. Wat wordt verstaan onder het kookpunt?

 

Het kookpunt is de temperatuur waarbij een vloeistof volledig in dampvorm overgaat, of een gas volledig condenseert, bij normale druk.

 

  1. Waarvan is de vluchtigheid van een vloeistof afhankelijk?

 

De vluchtigheid is afhankelijk van het kookpunt.

 

 

 

  1. Wat is het vlampunt?

 

Dat is de laagste temperatuur waarbij een brandbare vloeistof zoveel damp afgeeft waarbij deze in een juiste mengverhouding met lucht een brandbaar mengsel vormt.

 

  1. Welke vloeistoffen hebben een vlampunt?

 

Alleen brandbare vloeistoffen hebben een vlampunt.

 

  1. Hoe noemen wij de vrije ruimte boven een vloeistof in een verpakking of tank?

 

De expansie ruimte.

 

  1. Wat verstaat men onder de controletemperatuur?

 

De controletemperatuur is de maximale temperatuur waarbij een ontledingsgevoelige stof veilig kan worden vervoerd.

 

  1. Wat wordt verstaan onder de kritieke temperatuur?

 

De kritieke temperatuur is de temperatuur waarbij de noodprocedures in werking moeten worden gesteld.

 

  1. In welke gevarenklassen is er sprake van een controle en kritieke temperatuur?

 

Controle en kritieke temperatuur komt voor in de klassen 4.1 en 5.2

 

  1. Welke stoffen zijn ingedeeld in gevarenklasse 1?

 

Ontplofbare stoffen en voorwerpen.

 

  1. Welke stoffen zijn er ingedeeld in gevarenklasse 2?

 

Gassen.

 

  1. In welke vormen worden gassen vervoerd?

 

Samengeperst tot vloeistof verdicht en onder druk opgelost.

 

  1. Wat betekenen de letters A,F,T,C,O en C?

 

A=Verstikkend, F= Brandbaar, T=Giftig, O= Oxiderend en C =Bijtend.

 

  1. Hoe kunnen we een gas vloeibaar maken?

 

Door samen te persen of sterk af te koelen.

 

  1. Wat is de betekenis van etiket 2.1 bij gassen?

 

Het gas is brandbaar.

  1. Wat is de betekenis van etiket 2.2?

 

Het gas is niet brandbaar en niet giftig.

 

  1. Wat is de betekenis van etiket 2.3 bij gassen?

 

Het gas is giftig.

 

  1. Bij welke gassen hebben we te maken met een vulgewicht?

 

Bij vloeibaar gemaakt gas.

 

  1. Bij welke gassen hebben te maken met een vuldruk?

 

Bij samengeperst gas.

 

  1. Hoe groot moeten de gevaarsetiketten zijn op gasflessen?

 

Ze mogen verkleind op de hals van de fles worden aangebracht, mits goed zichtbaar.

 

  1. In welke voertuigen moeten gasflessen vervoerd worden?

 

In open of goed geventileerde voertuigen.

 

  1. Wat is de betekenis van de verpakking groepen 1,2, en 3

 

1= zeer gevaarlijk, 2= gevaarlijk, 3= minder gevaarlijk.

 

  1. Welke stoffen zijn ingedeeld in gevaren klasse 3?

 

Brandbare vloeistoffen.

 

  1. Wanneer noemen we een brandbare vloeistof zeer brandbaar?

 

Als het vlampunt lager is dan 23 graden.

 

  1. Wanneer noemen we een brandbare vloeistof brandbaar?

 

Als het vlampunt ligt tussen de 23 en 60 graden.

 

  1. Welke brandbare vloeistoffen zijn ingedeeld in verpakkings groep 1?

 

Brandbare vloeistoffen met een kookpunt van ten hoogste 35 graden.

 

  1. Welke brandbare vloeistoffen zijn ingedeeld in verpakkings groep 2?

 

Brandbare vloeistoffen met een vlampunt lager dan 23 graden

 

  1. Welke brandbare vloeistoffen zijn ingedeeld in verpakkings groep 3?

Brandbare vloeistoffen met een vlampunt tussen 23 en 60 graden

 

  1. Welke stoffen zijn ingedeeld in de gevarenklasse 4.1?

 

Brandbare vaste stoffen.

 

  1. Welke stoffen zijn ingedeeld in de gevarenklasse 4.2?

 

Voor zelfontbranding vatbare stoffen.

 

  1. Hoe kunnen stoffen uit klasse 4.2 tot ontbranding komen?

 

Als ze in aanraking komen met lucht of zuurstof.

 

  1. Wat moet u doen als een stof uit de klasse 4.2 vrijkomt?

 

Direct afdichten.

 

  1. Wat is de belangrijkste verpakkingseis van een stof van klasse 4.2?

 

Luchtdichte verpakking.

 

  1. Welke stoffen zijn ingedeeld in de gevarenklasse 4.3?

 

Stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen.

 

  1. Wat is de belangrijkste verpakkingseis van een stof uit de klasse 4.3?

 

Vochtdichte verpakking.

 

  1. Welke stoffen zijn ingedeeld in de gevarenklasse 5.1?

 

Oxiderende stoffen.

 

  1. Welke stoffen zijn ingedeeld in de gevarenklasse 5.2?

 

Organische peroxiden.

 

  1. Wat is het grote verschil tussen de stoffen uit de gevarenklasse 5.1 en 5.2?

 

De stoffen uit 5.1 zijn niet brandbaar en 5.2 is wel brandbaar.

 

  1. Welke stoffen zijn ingedeeld in de gevarenklasse 6.1

 

Giftige stoffen.

 

  1. Welke stoffen zijn in de gevarenklasse 6.1 ingedeeld in verpakkingsgroep 1?

 

Een zeer giftige stof.

 

 

  1. Welke stoffen zijn in de gevarenklasse 6.1 ingedeeld in verpakkingsgroep 2?

 

Een giftige stof.

 

  1. Welke stoffen zijn in de gevarenklasse 6.1 ingedeeld in verpakkingsgroep 3?

 

Een zwak giftige stof.

 

  1. Welke soort vergiftigingen  ken je?

 

Een acute en een chronische vergiftiging.

 

  1. Op welke wijze kunnen giftige stoffen het lichaam binnen komen?

 

Via inademen, inslikken, via de ongeschonden huid en via wonden.

 

  1. Wat moet je doen als je een giftige stof heeft binnen gekregen?

 

Gevaren kaart raadplegen, medische hulp inschakelen en direct laten braken.

 

  1. Welke stoffen zijn ingedeeld in gevarenklasse 6.2?

 

Infectueuze stoffen.

 

  1. Welke stoffen zijn ingedeeld in gevarenklasse 7?

 

Radioactieve stoffen.

 

  1. Wat is het gevaar van radioactieve stoffen?

 

Straling en besmettingsgevaar.

 

  1. Welke stoffen zijn ondergebracht in klasse 8?

 

Bijtende stoffen.

 

  1. Welke stoffen van gevarenklasse 8 zijn ingedeeld in verpakkingsgroep 1?

 

De sterk bijtende stoffen.

 

  1. Welke stoffen van gevarenklasse 8 zijn ingedeeld in verpakkingsgroep 2?

 

De bijtende stoffen.

 

  1. Welke stoffen van gevarenklasse 8 zijn ingedeeld in verpakkingsgroep 3?

 

De zwak bijtende stoffen.

 

 

 

  1. Wat moet er gebeuren als een bijtende stof is ingeslikt?

 

Gevarenkaart raadplegen, medische hulp inschakelen en afhankelijk van de stof laten drinken.

 

  1. Wanneer worden sommige stoffen pas bijtend?

 

Als ze met water in aanraking komen.

 

  1. Welke stoffen zijn ingedeeld in gevarenklasse 9?

 

Diverse gevaarlijke stoffen en voorwerpen.

 

  1. wanneer moet het etiket de rode driehoek met temperatuurmeter worden gebruikt?

 

Uitsluitend bij verwarmde stoffen uit gevarenklasse 9.

 

  1. Wat wordt er verstaan onder het VLG

 

Het VLG is de regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen.

 

  1. Is het ADR op binnenlands vervoer van gevaarlijke goederen van toepassing?

 

Ja, het ADR is ook toepasbaar binnen Nederland omdat het is opgenomen als bijlage 1 van Het VLG.

 

  1. Wie is aansprakelijk voor de schade welke is ontstaan bij een ongeval met gevaarlijke stoffen?

 

De Vervoerder.

 

  1. In welke taal of talen moeten de aanduidingen van het vervoersdocument bij Internationaal vervoer van gevaarlijke goederen zijn gesteld.

 

In de taal van het land van afzending en in of het Frans of het Duits of het Engels.

 

  1. In welke taal of talen moet de gevarenkaart bij het vervoer van gevaarlijke stoffen aanwezig zijn?

 

In een taal die de chauffeur kan lezen en begrijpen.

 

  1. Wie is verantwoordelijk voor de inhoud van de gevarenkaart?

 

De Vervoerder.

 

  1. Waar mag u met gevaarlijke stoffen niet komen?

 

Binnen de bebouwde kom, tenzij u in de bebouwde kom moet laden of lossen, of indien er geen andere route beschikbaar is.

 

  1. Voor welke gevaarlijke stoffen is de route gevaarlijke stoffen verplicht?

 

Voor alle gevaarlijke stoffen die genoemd zijn in Tabel 3 van Bijlage 2 van het VLG.

 

  1. Welke document met betrekking tot de gevaarlijke goederen heb je naast een vervoersdocument en gevarenkaart nodig als je een zeecontainer die over zee verder vervoert wordt naar de haven vervoert.

 

Een container beladings certificaat.

 

  1. Waar moet je een ontheffing aanvragen om de van de route gevaarlijke stoffen af te mogen wijken?

 

Bij de bevoegde plaatselijke autoriteit.

 

  1. Wie is voor de belading en stuwage van een container verantwoordelijk?

 

De afzender

 

  1. U vervoert een gevaarlijke stof uit de verpakkingsgroep 1, welke letters van de verpakkingscode is hierbij voorgeschreven?

 

De letter X

 

  1. U vervoert een gevaarlijke stof uit de verpakkingsgroep 2, welke letters van de verpakkingscode is hierbij voorgeschreven?

 

De letters X en Y zijn toegestaan.

 

  1. U vervoert een gevaarlijke stof uit de verpakkingsgroep 3, welke letters van de verpakkingscode is hierbij voorgeschreven?

 

De Letters X,Y en Z zijn toegestaan

 

  1. U vervoert een verpakking met de letter Y in de verpakkingscode, welke gevaarlijke stof is in deze verpakking toe gestaan.

 

Een stof uit verpakkingsgroep 2 en 3.

 

  1. Hoe lang mogen kunstofverpakkingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen gebruikt worden?

 

5 Jaar na productie datum.

 

  1. Welke extra kenmerk is op een kunstofverpakking aangebracht?

 

De maand en het jaar van de productie.

 

 

 

  1. Aan welke eisen moet een LP (Large Package) voldoen?

 

De LP heeft een minimale inhoud van 400 kg of 450 liter en een maximale inhoud van 3 m3

 

  1. Voor welke stoffen wordt een MEGC gebruikt?

 

Een MEGC wordt gebruikt voor het vervoer van gassen.

 

  1. Wat is de maximale inhoud van een IBC?

 

3 m3

 

  1. Drukhouders worden meestal gebruikt voor gevaarlijke stoffen uit de klasse?

 

2 (Gassen)

 

  1. Door welke instanties worden in Nederland verpakkingen getest voor het vervoer van gevaarlijke goederen?

 

Door het TNO

 

  1. Door welke instanties worden in Nederland drukhouders getest?

 

Door Lloyd’s Register Nederland B.V

 

  1. Door welke instantie worden in Nederland IBC’s gekeurd?

 

Door TNO

 

  1. Welke afmetingen moeten de gevaarsetiketten op verpakkingen hebben?

 

10 x 10 cm

 

  1. Welke afmetingen moeten de gevaarsetiketten op voertuigen hebben?

 

25 x 25

 

  1. Van welke kenmerking moet een voertuig met stukgoed verpakkingen met gevaarlijke stoffen zijn voorzien?

 

Aan de voorzijde en achterzijde van het voertuig blanco oranje borden.

 

  1. Van welke kenmerking moet een voertuig met los gestort vervoer van gevaarlijke stoffen zijn voorzien?

 

Aan de voorzijde en achterzijde van het voertuig blanco oranje bord , aan de zijkanten een oranje bord met gevaars en stofidentficatie nummer en aan weerszijden en de achterzijde gevaarsetiketten.

 

  1. Van welke kenmerking moet een voertuig met huiftrailer, waarin een tankcontainer wordt vervoerd zijn voorzien?

 

Aan de voorzijde en achterzijde van het voertuig blanco ornaje borden,aan weerzijden van de huiftrailer oranje borden met GI en SI nummer en aan weerszijden en de achterzijde op de huiftrailer de betreffende gevaarsetiketten.

 

  1. Van welke kenmerking moet een voertuig met een zeecontainer met stukgoed verpakkingen met gevaarlijke stoffen zijn voorzien?

 

Aan de voorzijde en achterzijde van het voertuig blanco oranje borden en alle 4 zijden van de container gevaarsetiketten.

 

Aan de voorzijde en achterzijde van het voertuig blanco oranje borden.

 

  1. Van welk kenmerk is een voertuig met hete vloeistof van klass 9 voorzien?

 

Aan de voorzijde en achterzijde van het voertuig een oranje bord met het gevaarsindentificatienummer 99 en het stofidentificiatienummer en aan weerzijden en de achterzijde het etiket met de rode driehoek en de tempratuurmeter.

 

  1. Mag een zeecontainer met gevaarlijke stoffen die is gekenmerkt volgens de IMDG code en afkomstig is van een zeeschip over de weg verder vervoerd worden zonder de kenmerking van de zeecontainer aan te passen aan de regels voor het weg vervoer.

 

Ja dit mag.

 

  1. Een voertuig met een sterk gekoeld vloeibaar gemaakt gas is voorzien van het gevaaridentificatienummer  

 

22

 

  1. Wat is de betekenis van gevaaridentificatienummer 39?

 

Brandbare vloeistof,die aanleiding kan geven tot een spontane heftige reactie.

 

  1. Wat is de betekenis van gevaaridentificatienummer X423?

 

Vaste stof,die op een gevaarlijke wijze met water reageert onder ontwikkeling van brandbare gassen.

 

  1. Mag u bij het vervoer  van gevaarlijke stoffen iemand mee nemen?

 

Ja indien het een werknemer van het bedrijf betreft.

 

  1. Mag u tijdens het vervoer van gevaarlijke stoffen roken?

 

Ja alleen niet tijdens laad en los handelingen.

 

 

  1. Wat is het verschil tussen categorie 1 tunnel en een categorie 2 tunnel?

 

Een categorie 1 tunnel is een tunnel met speciale voorzieningen en een categorie 2 tunnel heeft deze voorzieningen niet of maar gedeeltelijk.

 

  1. Welke stoffen mogen niet door een categorie 1 tunnel?

 

Stoffen genoemd in tabel 3 van het VLG.

 

  1. Welke stoffen mogen niet door een categorie 2 tunnel?

 

Stoffen genoemd in tabel 4 van het VLG.

 

  1. Wanneer is het vervoer van gevaarlijke stoffen  en tanks verboden?

 

Als het zicht minder is dan 200 meter.

 

  1. Wanneer is het vervoer van alle gevaarlijke stoffen verboden?

 

Als het zicht minder is dan 50 minder of bij een glad wegdek.

 

  1. Je komt tijdens de rit met gevaarlijke stoffen plotseling in een mistbank waarbij het zicht 40 meter is, wat ga je doen?

 

Snelheid aanpassen en langzaan doorrijden naar het losadres.

 

  1. Welke stoffen zijn route plichtig?

 

Alleen de stoffen genoemd in tabel 3 van het VLG zijn route plichtig.

 

  1. Wat moet U doen als U van de route gevaarlijke stoffen af moet wijken?

 

Als U een gevaarlijke stof uit tabel 3 van het VLG vervoerd bij de plaatselijke autoriteit een ontheffing aanvragen.

 

  1. Waar vinden we een zoutveer als bedoeld in bijlage 2 van het VLG?

 

Dit zijn de veerponten naar de Waddeneilanden.

 

  1. Welke stoffen mogen niet per zoutveer vervoerd worden?

 

Alles stoffen genoemd in tabel 5 van het VLG.

 

  1. Waar vinden we veerponten als bedoeld in bijlage 2 van het VLG?

 

Dit zijn de ponten die de Nederlandse binnen wateren  kruisen.

 

 

 

 

  1. Welke stoffen mogen niet per veerpont vervoerd worden?

 

Met een veerpont mogen alle gevaarlijke stoffen vervoerd worden,stoffen van klasse 1 moeten afzonderlijk en met voorrang overgezet worden.

 

 

  1. Wat moet U doen voordat U een zout of  veerpont oprijd?

 

Voordat U het zout of veerpont oprijd moet U zich melden  en de gevaarlijke stoffen en de hoeveelheden doorgeven.

 

  1. Waaraan herkent U een verpakking met gelimiteerde hoeveelheden?

 

Aan een witte ruit van 10 x 10 met daarin vermeld het UN nummers of de letter LQ.

 

  1. Met welke ADR voorschriften heeft U bij het vervoer van gelimiteerde hoeveelheden te maken?

 

Bij het vervoer van gelimiteerde hoeveelheden is het gehele ADR niet van toepassing.

 

  1. Hoe weet U dat U te maken heeft met de vrijstelling van vrijgestelde hoeveelheden.

 

Er is dan een speciale tekst in het vervoer document opgenomen ( 1.1.3,6)

 

  1. Tot welke hoeveelheden bent U vrijgestelde hoeveelheden vrijgesteld?

 

Per vervoer categorie 1,2 of 3 bepaald U aan de hand van de indeling  het aantal punten per liter of kilogram.Dit is bij de categorie 1 50 punten bij categorie 2  3 punten en bij categorie 3 1 punt per liter of kilo. Als U  dan uitkomt op 1000 punten of lager bent U van het ADR gedeeltelijk vrijgesteld.

 

  1. Met welke gevaarlijke stoffen mag U geen geen andere gevaarlijke stoffen samen laden?

 

Gevaarlijke stoffen mag U niet samen laden met stoffen uit de klasse 1 en met stoffen uit de klasse 4.1 en 5.2 die van het bijkomend gevaars etiket 1 zijn voorzien.

 

  1. Welke stoffen moet U gescheiden houden  van levensmiddelen,genotsmiddelen en voer voor dieren?

 

Stoffen met etiket 6.1 , 6.2 en van klasse 9 moet U scheiden van deze stoffen.

 

  1. Hoe kunt U bepaalde gevaarlijke stoffen gescheiden houden van levensmiddelen,genotsmiddelen en voer voor dieren ?

 

Door een vrije ruimte van 80 cm  , een scheidingswand ertussen te plaatsen, extra verpakking te gebruiken of andere goederen eventueel met een ander gevaarsetiket ertussen te plaatsen.

 

 

Vragen en antwoorden.

 

  1. Wat wordt verstaan onder het begrip gevaarlijke goederen.

 

Gevaarlijke goederen zijn stoffen en voorwerpen, waarvan het vervoer volgens het ADR is verboden of slechts onder de daarin opgenomen voorwaarden is toegestaan.

 

  1. Wat is het ADR

 

Het ADR is de Europese overeenkomst met betrekking tot het internationale vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg.

 

  1. Wat is het UN nummer?

 

Het stofidentificatie nummer.

 

  1. Wat betekend de aanduiding n.e.g

 

Niet elders genoemd.

 

  1. Waarvoor wordt een n.e.g positie gebruikt.

 

Voor alle stoffen die niet met hun eigen naam in het ADR zijn opgesomd.

 

  1. Wat zijn gevarenklassen?

 

Gevarenklassen zijn indelingen van groepen van stoffen die tijdens het vervoer een gelijksoortig hoofdgevaar hebben.

 

  1. Wanneer worden gevaarlijke stoffen gevaarlijk?

 

Als de stof uit de verpakking of tank vrij komt.

 

  1. In welke aggregatie toestand kunnen stoffen voorkomen?

 

In vaste, vloeibare of gasvormige toestand.

 

  1. Wat wordt bedoeld met aggregatie toestand?

 

De wijze waarop de stoffen in de natuur voorkomen.

 

  1. Wat wordt verstaan onder het kookpunt?

 

Het kookpunt is de temperatuur waarbij een vloeistof volledig in dampvorm overgaat, of een gas volledig condenseert, bij normale druk.

 

  1. Waarvan is de vluchtigheid van een vloeistof afhankelijk?

 

De vluchtigheid is afhankelijk van het kookpunt.

 

 

 

  1. Wat is het vlampunt?

 

Dat is de laagste temperatuur waarbij een brandbare vloeistof zoveel damp afgeeft waarbij deze in een juiste mengverhouding met lucht een brandbaar mengsel vormt.

 

  1. Welke vloeistoffen hebben een vlampunt?

 

Alleen brandbare vloeistoffen hebben een vlampunt.

 

  1. Hoe noemen wij de vrije ruimte boven een vloeistof in een verpakking of tank?

 

De expansie ruimte.

 

  1. Wat verstaat men onder de controletemperatuur?

 

De controletemperatuur is de maximale temperatuur waarbij een ontledingsgevoelige stof veilig kan worden vervoerd.

 

  1. Wat wordt verstaan onder de kritieke temperatuur?

 

De kritieke temperatuur is de temperatuur waarbij de noodprocedures in werking moeten worden gesteld.

 

  1. In welke gevarenklassen is er sprake van een controle en kritieke temperatuur?

 

Controle en kritieke temperatuur komt voor in de klassen 4.1 en 5.2

 

  1. Welke stoffen zijn ingedeeld in gevarenklasse 1?

 

Ontplofbare stoffen en voorwerpen.

 

  1. Welke stoffen zijn er ingedeeld in gevarenklasse 2?

 

Gassen.

 

  1. In welke vormen worden gassen vervoerd?

 

Samengeperst tot vloeistof verdicht en onder druk opgelost.

 

  1. Wat betekenen de letters A,F,T,C,O en C?

 

A=Verstikkend, F= Brandbaar, T=Giftig, O= Oxiderend en C =Bijtend.

 

  1. Hoe kunnen we een gas vloeibaar maken?

 

Door samen te persen of sterk af te koelen.

 

  1. Wat is de betekenis van etiket 2.1 bij gassen?

 

Het gas is brandbaar.

  1. Wat is de betekenis van etiket 2.2?

 

Het gas is niet brandbaar en niet giftig.

 

  1. Wat is de betekenis van etiket 2.3 bij gassen?

 

Het gas is giftig.

 

  1. Bij welke gassen hebben we te maken met een vulgewicht?

 

Bij vloeibaar gemaakt gas.

 

  1. Bij welke gassen hebben te maken met een vuldruk?

 

Bij samengeperst gas.

 

  1. Hoe groot moeten de gevaarsetiketten zijn op gasflessen?

 

Ze mogen verkleind op de hals van de fles worden aangebracht, mits goed zichtbaar.

 

  1. In welke voertuigen moeten gasflessen vervoerd worden?

 

In open of goed geventileerde voertuigen.

 

  1. Wat is de betekenis van de verpakking groepen 1,2, en 3

 

1= zeer gevaarlijk, 2= gevaarlijk, 3= minder gevaarlijk.

 

  1. Welke stoffen zijn ingedeeld in gevaren klasse 3?

 

Brandbare vloeistoffen.

 

  1. Wanneer noemen we een brandbare vloeistof zeer brandbaar?

 

Als het vlampunt lager is dan 23 graden.

 

  1. Wanneer noemen we een brandbare vloeistof brandbaar?

 

Als het vlampunt ligt tussen de 23 en 60 graden.

 

  1. Welke brandbare vloeistoffen zijn ingedeeld in verpakkings groep 1?

 

Brandbare vloeistoffen met een kookpunt van ten hoogste 35 graden.

 

  1. Welke brandbare vloeistoffen zijn ingedeeld in verpakkings groep 2?

 

Brandbare vloeistoffen met een vlampunt lager dan 23 graden

 

  1. Welke brandbare vloeistoffen zijn ingedeeld in verpakkings groep 3?

Brandbare vloeistoffen met een vlampunt tussen 23 en 60 graden

 

  1. Welke stoffen zijn ingedeeld in de gevarenklasse 4.1?

 

Brandbare vaste stoffen.

 

  1. Welke stoffen zijn ingedeeld in de gevarenklasse 4.2?

 

Voor zelfontbranding vatbare stoffen.

 

  1. Hoe kunnen stoffen uit klasse 4.2 tot ontbranding komen?

 

Als ze in aanraking komen met lucht of zuurstof.

 

  1. Wat moet u doen als een stof uit de klasse 4.2 vrijkomt?

 

Direct afdichten.

 

  1. Wat is de belangrijkste verpakkingseis van een stof van klasse 4.2?

 

Luchtdichte verpakking.

 

  1. Welke stoffen zijn ingedeeld in de gevarenklasse 4.3?

 

Stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen.

 

  1. Wat is de belangrijkste verpakkingseis van een stof uit de klasse 4.3?

 

Vochtdichte verpakking.

 

  1. Welke stoffen zijn ingedeeld in de gevarenklasse 5.1?

 

Oxiderende stoffen.

 

  1. Welke stoffen zijn ingedeeld in de gevarenklasse 5.2?

 

Organische peroxiden.

 

  1. Wat is het grote verschil tussen de stoffen uit de gevarenklasse 5.1 en 5.2?

 

De stoffen uit 5.1 zijn niet brandbaar en 5.2 is wel brandbaar.

 

  1. Welke stoffen zijn ingedeeld in de gevarenklasse 6.1

 

Giftige stoffen.

 

  1. Welke stoffen zijn in de gevarenklasse 6.1 ingedeeld in verpakkingsgroep 1?

 

Een zeer giftige stof.

 

 

  1. Welke stoffen zijn in de gevarenklasse 6.1 ingedeeld in verpakkingsgroep 2?

 

Een giftige stof.

 

  1. Welke stoffen zijn in de gevarenklasse 6.1 ingedeeld in verpakkingsgroep 3?

 

Een zwak giftige stof.

 

  1. Welke soort vergiftigingen  ken je?

 

Een acute en een chronische vergiftiging.

 

  1. Op welke wijze kunnen giftige stoffen het lichaam binnen komen?

 

Via inademen, inslikken, via de ongeschonden huid en via wonden.

 

  1. Wat moet je doen als je een giftige stof heeft binnen gekregen?

 

Gevaren kaart raadplegen, medische hulp inschakelen en direct laten braken.

 

  1. Welke stoffen zijn ingedeeld in gevarenklasse 6.2?

 

Infectueuze stoffen.

 

  1. Welke stoffen zijn ingedeeld in gevarenklasse 7?

 

Radioactieve stoffen.

 

  1. Wat is het gevaar van radioactieve stoffen?

 

Straling en besmettingsgevaar.

 

  1. Welke stoffen zijn ondergebracht in klasse 8?

 

Bijtende stoffen.

 

  1. Welke stoffen van gevarenklasse 8 zijn ingedeeld in verpakkingsgroep 1?

 

De sterk bijtende stoffen.

 

  1. Welke stoffen van gevarenklasse 8 zijn ingedeeld in verpakkingsgroep 2?

 

De bijtende stoffen.

 

  1. Welke stoffen van gevarenklasse 8 zijn ingedeeld in verpakkingsgroep 3?

 

De zwak bijtende stoffen.

 

 

 

  1. Wat moet er gebeuren als een bijtende stof is ingeslikt?

 

Gevarenkaart raadplegen, medische hulp inschakelen en afhankelijk van de stof laten drinken.

 

  1. Wanneer worden sommige stoffen pas bijtend?

 

Als ze met water in aanraking komen.

 

  1. Welke stoffen zijn ingedeeld in gevarenklasse 9?

 

Diverse gevaarlijke stoffen en voorwerpen.

 

  1. wanneer moet het etiket de rode driehoek met temperatuurmeter worden gebruikt?

 

Uitsluitend bij verwarmde stoffen uit gevarenklasse 9.

 

  1. Wat wordt er verstaan onder het VLG

 

Het VLG is de regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen.

 

  1. Is het ADR op binnenlands vervoer van gevaarlijke goederen van toepassing?

 

Ja, het ADR is ook toepasbaar binnen Nederland omdat het is opgenomen als bijlage 1 van Het VLG.

 

  1. Wie is aansprakelijk voor de schade welke is ontstaan bij een ongeval met gevaarlijke stoffen?

 

De Vervoerder.

 

  1. In welke taal of talen moeten de aanduidingen van het vervoersdocument bij Internationaal vervoer van gevaarlijke goederen zijn gesteld.

 

In de taal van het land van afzending en in of het Frans of het Duits of het Engels.

 

  1. In welke taal of talen moet de gevarenkaart bij het vervoer van gevaarlijke stoffen aanwezig zijn?

 

In een taal die de chauffeur kan lezen en begrijpen.

 

  1. Wie is verantwoordelijk voor de inhoud van de gevarenkaart?

 

De Vervoerder.

 

  1. Waar mag u met gevaarlijke stoffen niet komen?

 

Binnen de bebouwde kom, tenzij u in de bebouwde kom moet laden of lossen, of indien er geen andere route beschikbaar is.

 

  1. Voor welke gevaarlijke stoffen is de route gevaarlijke stoffen verplicht?

 

Voor alle gevaarlijke stoffen die genoemd zijn in Tabel 3 van Bijlage 2 van het VLG.

 

  1. Welke document met betrekking tot de gevaarlijke goederen heb je naast een vervoersdocument en gevarenkaart nodig als je een zeecontainer die over zee verder vervoert wordt naar de haven vervoert.

 

Een container beladings certificaat.

 

  1. Waar moet je een ontheffing aanvragen om de van de route gevaarlijke stoffen af te mogen wijken?

 

Bij de bevoegde plaatselijke autoriteit.

 

  1. Wie is voor de belading en stuwage van een container verantwoordelijk?

 

De afzender

 

  1. U vervoert een gevaarlijke stof uit de verpakkingsgroep 1, welke letters van de verpakkingscode is hierbij voorgeschreven?

 

De letter X

 

  1. U vervoert een gevaarlijke stof uit de verpakkingsgroep 2, welke letters van de verpakkingscode is hierbij voorgeschreven?

 

De letters X en Y zijn toegestaan.

 

  1. U vervoert een gevaarlijke stof uit de verpakkingsgroep 3, welke letters van de verpakkingscode is hierbij voorgeschreven?

 

De Letters X,Y en Z zijn toegestaan

 

  1. U vervoert een verpakking met de letter Y in de verpakkingscode, welke gevaarlijke stof is in deze verpakking toe gestaan.

 

Een stof uit verpakkingsgroep 2 en 3.

 

  1. Hoe lang mogen kunstofverpakkingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen gebruikt worden?

 

5 Jaar na productie datum.

 

  1. Welke extra kenmerk is op een kunstofverpakking aangebracht?

 

De maand en het jaar van de productie.

 

 

 

  1. Aan welke eisen moet een LP (Large Package) voldoen?

 

De LP heeft een minimale inhoud van 400 kg of 450 liter en een maximale inhoud van 3 m3

 

  1. Voor welke stoffen wordt een MEGC gebruikt?

 

Een MEGC wordt gebruikt voor het vervoer van gassen.

 

  1. Wat is de maximale inhoud van een IBC?

 

3 m3

 

  1. Drukhouders worden meestal gebruikt voor gevaarlijke stoffen uit de klasse?

 

2 (Gassen)

 

  1. Door welke instanties worden in Nederland verpakkingen getest voor het vervoer van gevaarlijke goederen?

 

Door het TNO

 

  1. Door welke instanties worden in Nederland drukhouders getest?

 

Door Lloyd’s Register Nederland B.V

 

  1. Door welke instantie worden in Nederland IBC’s gekeurd?

 

Door TNO

 

  1. Welke afmetingen moeten de gevaarsetiketten op verpakkingen hebben?

 

10 x 10 cm

 

  1. Welke afmetingen moeten de gevaarsetiketten op voertuigen hebben?

 

25 x 25

 

  1. Van welke kenmerking moet een voertuig met stukgoed verpakkingen met gevaarlijke stoffen zijn voorzien?

 

Aan de voorzijde en achterzijde van het voertuig blanco oranje borden.

 

  1. Van welke kenmerking moet een voertuig met los gestort vervoer van gevaarlijke stoffen zijn voorzien?

 

Aan de voorzijde en achterzijde van het voertuig blanco oranje bord , aan de zijkanten een oranje bord met gevaars en stofidentficatie nummer en aan weerszijden en de achterzijde gevaarsetiketten.

 

  1. Van welke kenmerking moet een voertuig met huiftrailer, waarin een tankcontainer wordt vervoerd zijn voorzien?

 

Aan de voorzijde en achterzijde van het voertuig blanco ornaje borden,aan weerzijden van de huiftrailer oranje borden met GI en SI nummer en aan weerszijden en de achterzijde op de huiftrailer de betreffende gevaarsetiketten.

 

  1. Van welke kenmerking moet een voertuig met een zeecontainer met stukgoed verpakkingen met gevaarlijke stoffen zijn voorzien?

 

Aan de voorzijde en achterzijde van het voertuig blanco oranje borden en alle 4 zijden van de container gevaarsetiketten.

 

Aan de voorzijde en achterzijde van het voertuig blanco oranje borden.

 

  1. Van welk kenmerk is een voertuig met hete vloeistof van klass 9 voorzien?

 

Aan de voorzijde en achterzijde van het voertuig een oranje bord met het gevaarsindentificatienummer 99 en het stofidentificiatienummer en aan weerzijden en de achterzijde het etiket met de rode driehoek en de tempratuurmeter.

 

  1. Mag een zeecontainer met gevaarlijke stoffen die is gekenmerkt volgens de IMDG code en afkomstig is van een zeeschip over de weg verder vervoerd worden zonder de kenmerking van de zeecontainer aan te passen aan de regels voor het weg vervoer.

 

Ja dit mag.

 

  1. Een voertuig met een sterk gekoeld vloeibaar gemaakt gas is voorzien van het gevaaridentificatienummer  

 

22

 

  1. Wat is de betekenis van gevaaridentificatienummer 39?

 

Brandbare vloeistof,die aanleiding kan geven tot een spontane heftige reactie.

 

  1. Wat is de betekenis van gevaaridentificatienummer X423?

 

Vaste stof,die op een gevaarlijke wijze met water reageert onder ontwikkeling van brandbare gassen.

 

  1. Mag u bij het vervoer  van gevaarlijke stoffen iemand mee nemen?

 

Ja indien het een werknemer van het bedrijf betreft.

 

  1. Mag u tijdens het vervoer van gevaarlijke stoffen roken?

 

Ja alleen niet tijdens laad en los handelingen.

 

 

  1. Wat is het verschil tussen categorie 1 tunnel en een categorie 2 tunnel?

 

Een categorie 1 tunnel is een tunnel met speciale voorzieningen en een categorie 2 tunnel heeft deze voorzieningen niet of maar gedeeltelijk.

 

  1. Welke stoffen mogen niet door een categorie 1 tunnel?

 

Stoffen genoemd in tabel 3 van het VLG.

 

  1. Welke stoffen mogen niet door een categorie 2 tunnel?

 

Stoffen genoemd in tabel 4 van het VLG.

 

  1. Wanneer is het vervoer van gevaarlijke stoffen  en tanks verboden?

 

Als het zicht minder is dan 200 meter.

 

  1. Wanneer is het vervoer van alle gevaarlijke stoffen verboden?

 

Als het zicht minder is dan 50 minder of bij een glad wegdek.

 

  1. Je komt tijdens de rit met gevaarlijke stoffen plotseling in een mistbank waarbij het zicht 40 meter is, wat ga je doen?

 

Snelheid aanpassen en langzaan doorrijden naar het losadres.

 

  1. Welke stoffen zijn route plichtig?

 

Alleen de stoffen genoemd in tabel 3 van het VLG zijn route plichtig.

 

  1. Wat moet U doen als U van de route gevaarlijke stoffen af moet wijken?

 

Als U een gevaarlijke stof uit tabel 3 van het VLG vervoerd bij de plaatselijke autoriteit een ontheffing aanvragen.

 

  1. Waar vinden we een zoutveer als bedoeld in bijlage 2 van het VLG?

 

Dit zijn de veerponten naar de Waddeneilanden.

 

  1. Welke stoffen mogen niet per zoutveer vervoerd worden?

 

Alles stoffen genoemd in tabel 5 van het VLG.

 

  1. Waar vinden we veerponten als bedoeld in bijlage 2 van het VLG?

 

Dit zijn de ponten die de Nederlandse binnen wateren  kruisen.

 

 

 

 

  1. Welke stoffen mogen niet per veerpont vervoerd worden?

 

Met een veerpont mogen alle gevaarlijke stoffen vervoerd worden,stoffen van klasse 1 moeten afzonderlijk en met voorrang overgezet worden.

 

 

  1. Wat moet U doen voordat U een zout of  veerpont oprijd?

 

Voordat U het zout of veerpont oprijd moet U zich melden  en de gevaarlijke stoffen en de hoeveelheden doorgeven.

 

  1. Waaraan herkent U een verpakking met gelimiteerde hoeveelheden?

 

Aan een witte ruit van 10 x 10 met daarin vermeld het UN nummers of de letter LQ.

 

  1. Met welke ADR voorschriften heeft U bij het vervoer van gelimiteerde hoeveelheden te maken?

 

Bij het vervoer van gelimiteerde hoeveelheden is het gehele ADR niet van toepassing.

 

  1. Hoe weet U dat U te maken heeft met de vrijstelling van vrijgestelde hoeveelheden.

 

De aantal punten is dan per categorie op het vervoer document vermeld. ( 1.1.3,6)

 

  1. Tot welke hoeveelheden bent U vrijgestelde hoeveelheden vrijgesteld?

 

Per vervoer categorie 1,2 of 3 bepaald U aan de hand van de indeling  het aantal punten per liter of kilogram.Dit is bij de categorie 1 50 punten bij categorie 2  3 punten en bij categorie 3 1 punt per liter of kilo. Als U  dan uitkomt op 1000 punten of lager bent U van het ADR gedeeltelijk vrijgesteld.

 

  1. Met welke gevaarlijke stoffen mag U geen geen andere gevaarlijke stoffen samen laden?

 

Gevaarlijke stoffen mag U niet samen laden met stoffen uit de klasse 1 en met stoffen uit de klasse 4.1 en 5.2 die van het bijkomend gevaars etiket 1 zijn voorzien.

 

  1. Welke stoffen moet U gescheiden houden  van levensmiddelen,genotsmiddelen en voer voor dieren?

 

Stoffen met etiket 6.1 , 6.2 en van klasse 9 moet U scheiden van deze stoffen.

 

  1. Hoe kunt U bepaalde gevaarlijke stoffen gescheiden houden van levensmiddelen,genotsmiddelen en voer voor dieren ?

 

Door een vrije ruimte van 80 cm  , een scheidingswand ertussen te plaatsen, extra verpakking te gebruiken of andere goederen eventueel met een ander gevaarsetiket ertussen te plaatsen.

 

 

 

 

Advertentie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Internetlinken.nl Jou startpagina overzicht van de mooiste websites met zorg samengesteld voor u.